’Vooral doorgaan en blijven lachen’

’Vooral doorgaan en blijven lachen’
Piet Beelen op de baan van atletiekvereniging De Spartaan. - Foto: Bianca Fenne
LISSE – Piet Beelen trekt nog steeds vier keer per week zijn hardloopschoenen aan. Voor de 74-jarige Lissenaar is dit dé manier om gezond te blijven. De atleet, geboren in De Zilk, werd in de jaren 60 als lid van atletiekvereniging De Spartaan meerdere keren kampioen van Nederland.

LISSE – Piet Beelen trekt nog steeds vier keer per week zijn hardloopschoenen aan. Voor de 74-jarige Lissenaar is dit dé manier om gezond te blijven. De atleet, geboren in De Zilk, werd in de jaren 60 als lid van atletiekvereniging De Spartaan meerdere keren kampioen van Nederland.

Hij begon pas op 17-jarige leeftijd met sporten. „De juiste mentaliteit om te presteren in de sport had ik al”, vertelt Beelen. „Ik moest immers altijd hard werken; eerst in de bollen en later in de bloemen. Voordeel was verder dat ik altijd heb gewoond in de omgeving van bossen en de duinen. Ideale plekken om te hardlopen.” Beelen liep reeds hard nog voordat in 1961 De Spartaan werd opgericht. „In Lisse had je een afdeling van atletiekvereniging KAV Holland in Haarlem. Van trainer Nico de Zwager kregen wij in de winter indooratletiektraining. Die afdeling werd al snel opgeheven. Vervolgens ben ik een jaar lid geweest van De Bataven in Leiden. Eind 1961 werd De Spartaan opgericht. Op dat moment zijn trainingsmaten als Gijs en Jan Rewijk, Henk Slobbe en ik teruggekeerd naar Lisse. Hier was er toen een oude sintelbaan, die nog vaak werd gebruikt voor speedway. Al snel voelde ik mij aangetrokken tot de lange en de middellange afstanden. Gijs Rewijk werd mijn eerste officiële trainer. Hij wist mij mentaal voor te bereiden op de wedstrijden, onder meer door loodzware heuvelloopjes. Aan trainen had ik nooit een hekel. Mijn instelling is altijd geweest: ’Vooral doorgaan en blijven lachen’.”

Discipline

Beelen grossierde in de jaren 60 in nationale titels. Zoals op de 10 kilometer. Jan van Heek was intussen zijn trainer geworden. „In 1966 en 1967 werd ik Nederlands kampioen op die afstand. Om een goede 10 kilometer te kunnen lopen, moet je beschikken over het juiste uithoudingsvermogen en snelheid. Mijn snelste tijd is 29 minuten en 54 seconden, in 1966 gerealiseerd op het NK in Rotterdam. Eerder al zat ik net een seconde boven de dertigminutengrens. Ik gaf toen mijn trainer de schuld; hij had niet tijdig de tussentijden doorgegeven.”

In 1966 pakte Beelen in Leeuwarden tevens het Nederlands uurrecord, met 19 kilometer en 169 meter. Onder meer in 1967 was hij de beste veldloper. Toen in het Keukenhofbos, over 11 kilometer. „Veldlopen is de mooiste discipline. Tijd is onbelangrijk op dit onderdeel. Het is: gaan als de brandweer en lekker bikkelen. Ik moest en zou die wedstrijd in eigen huis winnen. Er was ook aardig wat volk op de been. Ik behaalde daar een van de mooiste overwinningen uit mijn loopbaan.” In 1969 werd Beelen vader van zijn eerste zoon. Hét moment om als atleet een stap terug te doen. Tot op de dag van vandaag is de Lissenaar echter blijven hardlopen. „Atletiek vormt je karakter. Je leert wat doorzettingsvermogen is. Dat kom je ook in het gewone leven tegen. Je laat het daardoor niet snel afweten.”

Tekst: Jankees Faas